top of page

Marcus

Geroepen tot herstel

Marcus 2,17 | Doopdienst

Serie:

Almkerk-Werkendam

zondag 20 maart 2022

Misschien een wat directe vraag om mee te beginnen, maar: Wie van jullie heeft er schulden? Dat is misschien een gevoelige vraag, want misschien zijn ze wel torenhoog. Ga je eronder gebukt. Ik hoop dat je dan bekend bent met onze of een andere diaconie, zodat we je vanuit de gemeente kunnen ondersteunen.

Tegelijk zijn er waarschijnlijk ook heel wat mensen die vrijwilligof min of meer vrijwillig schulden zijn aangegaan. Bijvoorbeeld als je een huis hebt gekocht. Je hypotheek is een schuld. Of als je een auto via private-lease rijdt: schuld. Als je iets op afbetaling koopt, bijvoorbeeld een telefoon die je maandelijks afbetaalt: schuld. Of als je studeert en dus waarschijnlijk geld leent van de overheid. Op allerlei manieren bouwen we schulden op. Er zullen weinig mensen in de gemeente zijn die nooit een financiële schuld hebben gehad.


In ons land hebben we, voor mensen die hun schulden niet kunnen betalen de schuldsanering.


[DIA 3]

Het is fijn dat die schuldsanering er is. Maar het kost veel moeite om er binnen te komen. Je moet aan tal van eisen voldoen. Je moet drie jaar, bot gezegd, op een houtje bijten. En bovendien: je moet zelf aan de bel trekken. En vervolgens moet je aan allerlei voorwaarden blijven voldoen.


In Marcus 2 gaat het anders. Er zit iemand langs de weg met zo’n enorme grote schuld. Een schuld die hij zelf niet kan betalen. Geen financiële schuld… nee, deze schuld kun je met geen geld aflossen. Noem deze schuld maar gerust een ziekte van de ziel. Wat Levi ook doet; Hij kan er onmogelijk zelf vanaf komen. Levi is een tollenaar. Daar had hij voor gekozen. Maar vanwege zijn keuze was hij door de joodse gemeenschap uitgestoten. Hij is een outcast. Niet meer welkom in de Synagoge, omdat hij zijn volksgenoten uitbuit. Hij staat als het ware onder de tucht. Als tollenaar was hij verantwoordelijk voor het innen van de belasting. Maar voor zijn eigen gewin inde hij er regelmatig een extra zakcentje voor zichzelf bij. Wat hij doet gaat over de rug van anderen. Hij werkt voor de bezetter.


Zo moeten we ongeveer die situatie van Levi bij het Tolhuis voorstellen. Waarschijnlijk zitten we aan zee. Het is goed mogelijk dat de Romeinen belasting inden op de gevangen vis. Hij zit daar zijn werk te doen. En op dat moment komt Jezus langs dat tolhuis gelopen, waar Levi zit. Er lijkt geen gesprek plaats te vinden. Jezus zegt maar twee woorden tegen hem: ‘Volg mij.’ Maar, met wat we daarna lezen, klinkt daarin bevrijding, acceptatie en herstel door.


Levi wordt geroepen tot herstel Daar staan we vanmorgen bij stil.

[DIA 4]


GEREOEPEN TOT HERSTEL


Ik had het net over de schuldsanering. Nou, deze roep van Jezus om hem te volgen… die oproep waarin bevrijding, acceptatie en herstel doorklinkt… noem dat gerust onze hemelse schuldsanering.


[DIA 5]

#1. Hemelse schuldsanering

Levi krijgt het aangeboden. En wij vandaag de dag nog net zo goed. We kijken eerst naar Levi. Hij is dus een tollenaar. Een totale outcast. Ze werden zo erg veracht, dat ze voor een jood in één adem werden genoemd met moordenaars en dieven. Een NSB’er van de Romeinse bezetting van Israël.


En Jezus loopt langs. Jezus is in de buurt van zijn eigen woonplaats Kafarnaüm. Het is dus erg goed mogelijk dat ook Levi wist wie Jezus was. Toch is er blijkbaar een flinke kloof tussen de tollenaar Levi. Want wanneer Jezus bij Levi thuis is om te eten, kloppen de Farizeeën aan. De Farizeeën zagen Jezus als een wetsleraar. Iemand die voldeed aan hun strikte opvatting van de wet leefde. Jezus paste met zijn levensstijl meer binnen de groep van de Farizeeën dan binnen die van moordenaars, dieven, tollenaars, zondaars. Hij was uiterst Bijbelgetrouw


[DIA 6]

Maar die Jezus, die heilige, Bijbelgetrouw Jezus loopt voorbij. Hij houdt stil bij Levi en zegt: ‘Volg mij.’ Levi zal hebben gedacht: ‘Deze Heilige Wetsleraar Jezus, wil iets met mij, een tollenaar, te maken hebben?’ Door dat kleine moment spreekt grootse bevrijding, acceptatie.


[DIA 7]

Bevrijding, omdat Levi waarschijnlijk ook gevangen zat in zijn leven. Als outcast kon hij niet zomaar omkeren. Wie zou hem nog vertrouwen? Met wie zou hij kunnen samenwerken? Jezus bevrijdt Levi uit zijn gevangenschap.


Hij geeft hem een plek, onder zijn volgelingen. Hij accepteertLevi als zijn leerling. Hij wordt niet zomaar getolereerd. Zo van: ‘Nou vooruit, je mág mij volgen. Maar gedraag je!’ Nee, hij wordt zelfs geroepen. Jezus zelf wil hem erbij hebben!

Mensen van wie God houdt,


[DIA 8]

Weet dat Jezus ook u en jou roept tot dát herstel! Hij roept u en u, en jou en jou. Niet omdat je het nu zo fantastisch doet in je leven. We kunnen dat zo gemakkelijk denken: ‘Ik heb mijn leven wel op de rit. Ik zit wel goed.’ Met name voor mensen in de kerk is dat een grote valkuil. Maar in de kerk geloven we juist: We lijden allemaal aan die ziekte van de ziel. We hebben allemaal dat herstel nodig.


[DIA 9 – ZWART]

We kunnen wel afgeven anderen die het ‘minder doen’. Denk aan Poetin… We kunnen ons beter voelen dan hem. We kunnen ons beter voelen dan Ridouan Taghi en allerlei andere dictators of criminelen. Maar feit is: in ieder van ons zit dezelfde neiging om over anderen te heersen. In ieder van ons zit de neiging om anderen uit te buiten. Misschien wel zo goed verstopt, dat je het zelf niet weet, niet ziet.


Daarom is wat Jezus doet hier zo wonderlijk. Zo wereldvreemd. Want welke schuldeiser bezoekt de schuldige met de boodschap: ‘Kom, ik scheld je je schuld kwijt. Ik wil je leren om je schuld onder ogen te zien. Dat kan vanuit mijn kwijtschelding, dus ontspan maar. Je hoeft niet eerst jaren op een houtje te bijten. Je hoeft niet aan allerlei eisen en voorwaarden te voldoen. Nee, bij deze roep ik je om mij te volgen.’ Dat ligt in die woorden die Jezus tegen de tollenaar Levi zegt. Het is ook die oproep aan ons, en vanmorgen in het bijzonder aan [JULLIE ZOON]: ‘Volg mij.’


[DIA 10]

Lieve mensen, zó komt Jezus Christus naar ons toe. Hij roept zondaars, niet rechtvaardigen. Want zó is God! Hij zoekt op Wie bij Hem ver in het rood staan. En Hij scheld ons onze schuld kwijt, om het bloed van Zijn Zoon! Meer nog: hij wil ons genezen! En dat gaat nog verder dan het kwijtschelden van schuld. God wil de ziekte van onze ziel genezen.


[DIA 11]

#2. Ziekte van de ziel

Onze Here Jezus is gekomen om die ziekte te genezen! Want je kunt zonde zien als een schuld, die moet worden afgelost. Maar Jezus roept hier ook het beeld op van de zonde als ziekte. Een ziekte waar je aan leidt. Schuld kun je over twisten. Schuld kun je aanvechten… Maar als iemand zegt dat je ziek bent… wie zou dan niet laten uitzoeken of dat klopt. Wie zou dan niet zoeken naar genezing. Wie zou dan niet dé dokter bezoeken die de ziekte kan genezen?


[DIA 12]

De dokter, onze Here Jezus, zet de gezonden en de zieken hier tegenover elkaar. Zieke zondaars, staan hier de gezonde rechtvaardigen. Het is duidelijk dat de Here Jezus op de Farizeeën doelt met die gezonde rechtvaardigen. Het lijkt me duidelijk: onze Heer bedoelt het ironisch. Hij legt iets bloot van wat die zonde, die ziekte van de ziel ten diepsteis. Je zou het dwalen kunnen noemen.


[DIA 13]

Maar de Farizeeën leven de wet zo goed na als een mens kan. Er waren destijds geen mensen rechtvaardiger dan zij. En toch… Tóch missen ze de kern van waarvoor al die wetten en regels en offers en reinheidsvoorschriften nodig waren. Die wetten waren nodig, omdat de mens juist niet zelf bij God kon horen. De ziel van de mens is zo ziek, afgedwaald van God. Wie denkt dat je met het naleven van regeltjes dat kunt overwinnen, die is misschien nog wel verder van huis dan hij of zij denkt.


Daarom eet Jezus met tollenaars en zondaars. Dat zijn de mensen die Zijn herstel, Zijn genezing van hun zieke ziel kunnen ontvangen.


[DIA 14]

Zij weten diep van binnen dat ze herstel nodig hebben. Dat laat de samenleving wel aan hen merken. Ze snappen waarom de samenleving hen met de nek aankijkt. Maar de Here Jezus ziet hen, onderwijst hen, eet met hen. Bij die Jezus, die met zondaars en tollenaars eet, daar mogen wij bij horen. Daar mag jij bij horen. Daar mag [JULLIE ZOON] bij horen.


[DIA 15 – ZWART]

Maar: wil je dat eigenlijk wel? De Farizeeën stellen dus eigenlijk: met dat groepje bij elkaar geraapte zondaars wil je toch niet gezien worden. Met dat stelletje losers. Wil je dat eigenlijk wel: horen bij een groepje bij elkaar geraapte zondaars? Kijk, we kijken vaak naar de gemeente als een gemeenschap van leerlingen van Jezus. De gemeenschap van heiligen, in Jezus Christus. En halleluja: dat zijn we door Jezus! Maar wat de zelfrechtvaardigen, de zelfgenoegzamen van deze wereld dan zien is een groepje bij elkaar geraapte zondaars.


Het is dan de vraag: hoe kijk jij naar de gemeente? Naar je broers en zussen? Wat zie je als je naar andere kerkgenootschappen kijkt? Zie je vooral mensen die het minder doen dan jij? Zie je vooral een groepje bij elkaar geraapte zondaars? Ik moet eerlijk bekennen dat ik soms denk dat wijhet beter doen in de kerk. Beter dan andere kerken. Beter dan de wereld om ons heen. Maar deze tekst uit Marcus zet ons dan weer met beide benen op de grond:


We doen het niet beter. Nee, we lijden allemaal aan een zieke ziel. Een torenhoge schuld, die we nooit met geld of goeie daden kunnen afbetalen. Maar prijs God: hij roept ons, in de situatie in ons leven waar we vandaag in zitten.


[DIA 16 – SAMENVATTING]

Hij roept ons en biedt ons hemelse schuldsanering aan: kwijtschelding van de schuld, om Zijn kruisdood! Lieve mensen, Hij roept ons tot herstel door Hem. Herstel, dat dus nog veel verder gaat dan kwijtschelding van de schuld. Door Zijn Geest geneest Hij ons van onze zieke ziel. De Geest richt ons verlangen op God. Hij richt onze wil op wat echt goed is en God plezier brengt.


Dat gebeurt wanneer je ontdekt hoe bevrijdend en liefdevol accepterend Jezus’ oproep om Hem te volgen is. ‘Het maakt mij niet uit hoe andere mensen naar je kijken. Ik wil dat jij Míj volgt!’

Deze preek in een dienst lezen?

Als je hieronder je contactgegevens invult dan stuur ik de presentatie, liturgie en preek met klikmomenten zo snel mogelijk op.

bottom of page