top of page

Lucas

Fastfood of Feestmaal

Lucas 9,10-17 | Fastfood of Feestmaal 2

Serie:

Fastfood of Feestmaal | Jaarthema '22-'23

Almkerk-Werkendam

zondag 20 november 2022

Met hart en ziel wil ik mijn schepper eren. Mooi om dat zo met elkaar uit te zingen. Maar wat beloof je daar eigenlijk mee? Natuurlijk om in je leven een levende relatie met God te onderhouden. Daarbij ontdek je al snel: het is God die mij erbij houdt. Als je God zoekt en je vindt Hem, dan ontdek je al heel snel: ‘God was al lang naar mij op zoek!’

De Amerikaanse dominee John Piperheeft zo’n uitspraak: God is most glorified in us, when we are most satisfied in Him. Die uitspraak laat zich niet heel makkelijk vertalen, maar dit komt in de buurt: God wordt het meest verheerlijkt in ons wanneer wij het meest tevreden zijn in Hem. God eren heeft dus te maken met tevreden zijn in Hem. Dat wil dus zeggen: genoeg hebben aan God, aan Wie Hij is en wat Hij geeft. Tevreden en voldaan. Zo mag je hier ook in de kerk zitten: je laten voeden door wat Hij geeft.


[DIA 3]

Je proeft in die woorden misschien al iets van de maaltijdmetafoor. Dit jaar staan we daar in onze themadiensten bij stil: FASTFOOD OF FEESTMAAL. Vanmorgen is dat ook het thema: Fastfood of feestmaal. We hebben het over de vraag: Wat verwacht je Gods gemeente? Waar kom je voor naar de kerk?

[DIA 4]


Dan heb je het over de zondagse samenkomsten, maar ook breder: over alles wat we als gemeente doen. Ik hoop dat je na deze preek extra gemotiveerd bent om te zoeken: ‘Wat wil God mij geven?’ Ik hoop dat je meer tevreden leert zijn met wat we met elkaar hebben.


FASTFOOD OF FEESTMAAL

[DIA 6]


Daarvoor kijken we met elkaar naar die bijzondere gebeurtenis in Betsaïda, ongeveer 2000 jaar geleden. Jezus voedt met vijf broden en twee vissen 5000 mensen: de wonderbare spijziging. We staan met elkaar stil bij drie vragen:

[DIA 7]

#1. Waar kom je voor?

#2. Is er wel genoeg?

#3. Wordt je verzadigd?

[DIA 8]


#1. Waar kom je voor?

Het wordt Jezus heet onder de voeten, zo lijkt het. Herodes zoekt naar een gelegenheid om Jezus te ontmoeten. Ongetwijfeld bleef het daarbij niet bij een vrijblijvende uitnodiging. Maar Jezus gaat de ontmoeting uit de weg, en wijkt uit naar Betsaïda. Dat is een dropje dat net over de Jordaan ligt [wijzen op dia’s].

[DIA 9]

[DIA 10]

[DIA 11]


Andere evangelieschrijvers noemen het een afgelegen plaats. Waarschijnlijk toen relatief dicht bij de grens van het Romeinse rijk. Daar wil Jezus zich met Zijn leerlingen afzonderen. Ja, het lukt om een ontmoeting met Herodes te ontwijken. Maar rust krijgt hij niet: de mensen weten Hem te vinden.

[DIA 12]


Maar waar komen ze voor? Er staat: “Hij ontving hen vriendelijk en sprak tot hen over het koninkrijk van God, en degenen die genezing nodig hadden maakte hij weer gezond.” (Lc. 9,11) Maar dat vertelt nog niet waar de mensen Jezus voor volgden. Komen ze voor Zijn wonderen, zijn genezing, of om wat Jezus te vertellen heeft?

[DIA 13]


Het is een vraag die ik ook hier stel. Waarvoor kom je naar de kerkdienst? Waarvoor doe je mee in Gods gemeente? Soms zeggen mensen weleens: ‘Ik ga voor mijzelf naar de kerk. Ik ga voor God en mij.’ Misschien verlang jij om geraakt te worden of om iets te ervaren. Een lied dat je raakt, of een woord uit de preek. Misschien hoop je op stevige Bijbeluitleg, een gedetailleerd uitpluizen van de tekst. Allemaal komen we met een bepaalde verwachting naar de dienst. Soms heel bewust, soms nauwelijks bewust. En dat geldt ook voor wanneer je naar vereniging, een gebedsavond of een sociale activiteit komt. Verwachtingen hebben we altijd.

[DIA 14]


Wat is jouw verwachting? Veel mensen zochten Jezus in Zijn tijd op om Zijn wonderen te zien. Een soort sensatiedrang. Die bestond toen. Die bestaat ook vandaag de dag. Bijvoorbeeld wanneer je alleen maar gericht bent op het ervaren. Dat heeft iets oppervlakkigs, iets individualistisch bovendien. Het gevaar van onze gereformeerde traditie is sowieso individualisme. Dat je denkt: ‘Mijn zonden zijn vergeven. Dat wil ik vieren in de kerkdienst.’ En verder maakt het dan niet zo veel uit. Dat lijkt op hoe de mensen in de tijd van Jezus alleen maar kwamen voor Zijn wonderen en genezing. Je eigen portie genade halen en dan weer de week in.

[DIA 15]


Maar lieve mensen, dan beperk je je tot een deel van het geheel van wat God wil geven! Ja, dat heeft iets van fastfood-gedrag. ‘Even een snelle hap halen en dan weer op weg.’ Natuurlijk: het Koninkrijk van God omvat die vergeving van je zonden, de genezing van onze zondige aard. Maar het Koninkrijk van God gaat over veel meer! Namelijk ook over de vraag: ‘Als mij die enorme schuld vergeven is, hoe ga ik dan om met wie mij iets schuldig is?’ Het Koninkrijk van God gaat over je hele leven, dat je leeft onder Gods heerschappij! Het gaat over delen wat je zelf hebt ontvangen.

[DIA 16]


Dat zie je toch bij de eerste gemeente: ze hadden alles gemeenschappelijk en leefden in eenheid samen!

[DIA 17]


Als je met die insteek deelneemt aan het gemeenteleven, dan draait het niet alleen om de preek op zondag. Dan draait het niet om welke liedjes we in de kerk zingen. Als je voorkeur hebt voor een bepaalde muziekstijl, dan kun je die thuis luisteren zoveel je wil. Hier in de gemeente van God gaat het om meer! Het gaat om samenleven. Om elkaar gunnen en wensen wat de ander nodig heeft op de weg met God. Om accepteren dat er dingen zijn die me aanspreken, en dingen die een ander raken.


Dat is moeilijk. Want we hebben ook onze eigen voeding nodig. Je kunt je afvragen: ‘Kom ik zelf wel dan aan mijn voeding? Is er wel genoeg voor mij?’

[DIA 18]


#2. Is er wel genoeg?

Waarschijnlijk dachten de leerlingen van Jezus ook zoiets. Als de dag ten einde loopt komen ze bij Jezus. Het lijkt erop dat ze van Hem denken: ‘Hij gaat zo op in zijn onderwijs, dat Hij de tijd vergeet.’ En ze zeggen: ‘Heer, de mensen moeten maar eens naar huis. Dan kunnen ze daar eten.’ Maar dan komt die onmogelijke opdracht van Jezus: ‘Geven jullie hen te eten.’ Wat gaat er dan door je heen?

[DIA 19]


Stel je even voor dat je voor 5000 mensen staat. Het aantal wat in een klein stadion past. Als je 5000 mensen moet toespreken dan moet je ook zichtbaar zijn. Je staat daar met een paar vrienden bij je Meester, op de middenstip zeg maar, en zegt: ‘Heer, moeten we de mensen niet eens naar huis sturen. Ze moeten ook nog eten.’ Dan zegt Jezus: ‘Geven jullie hen maar te eten.’ Je kijkt in je rugzak naar het eten dat jullie met zijn dertienen moeten delen: vijf broden en twee vissen… Je kijkt om je heen en denkt: ‘Hoe dan?! Vijf broden en twee vissen, dat is voor ons dertienen al een krappe maaltijd…!’

[DIA 20]


Maar Jezus geeft een simpele opdracht: de mensen moeten gaan zitten in groepjes van 50. En na het dankgebed gebeurt het wonder: alle 5000 mensen eten en raken verzadigd. Ze hebben genoeg gehad. En dan nog zijn er twaalf manden over! Die twaalf manden, daar kom ik straks nog op.

[DIA 21]


Eerst wil ik ingaan op die vijf broden en twee vissen en het idee dat dat nooit genoeg zou zijn. Je kunt die gedachte op heel veel manieren toepassen op je leven: als je zelf maar van weinig rondkomt, maar toch deelt en het wonderwel genoeg blijkt te zijn. Soms heb je die ervaring. Maar ik wil het vanmorgen toepassen op onze gemeente…

[DIA 22]


Misschien heb je dat idee weleens. Dat je denkt over onze gemeente en zoiets hebt van: ‘Tja, het is niet veel, maar we moeten het er mee doen.’ Soms hoor ik die geluiden. Het vinden van voldoende Ambtsdragers is ieder jaar weer een uitdaging. De activiteitencommissie heeft moeite met het vinden van leden. En zo zijn er wel meer commissies en taken in de gemeente waar moeilijk mensen voor te vinden zijn. Om maar niet te spreken van onze tekortkomingen en ons falen… Dat en nog meer, het zijn allemaal dingen waardoor je je kunt afvragen over de gemeente: ‘Is er wel genoeg?

[DIA 23]


Dan leert Jezus ons hier: ‘Het gaat niet om de hoeveelheid, om de grootte van de gemeente. Het gaat erom dat we wat we hebben bij Jezus brengen!’ Hij maakt dat het genoeg is om gevoed te worden! Dat geldt voor ons als gemeente, maar ook voor u en jou! Het gaat er niet om hoeveel gaven en talenten je hebt. Het gaat erom wat je ermee doet! Ben je bereid je tijd, je talenten en gaven in te zetten voor Gods gemeente, voor Gods koninkrijk? Als we dat doen, dan zorgt God Zelf ervoor dat er genoeg is zodat we verzadigd raken.

[DIA 24]


#3. Verzadigd?

We kunnen zo gemakkelijk zien waarin we tekortkomen. Wijzelf, in je gezin, je opvoeding, je bankrekening enzovoorts. Zo kun je ook makkelijk zien waarin we als gemeente tekortkomen. Maar de wonderbare spijziging laat zien: voor God maakt de hoeveelheid niet uit! God doet met ons tekort méér dan genoeg. Het gaat er voor ons om dat we leren om tevreden te zijn met wat God geeft in de gemeente. Dat we oog hebben voor elkaar in het licht van het Koninkrijk van God. Dat wil zeggen: ‘Oog hebben voor wat we hebben gekregen, en daar tevreden mee zijn.’ Denk aan die uitspraak van John Piper:

[DIA 25]


God is most glorified in us, when we are most satisfied in Him. God wordt het meest verheerlijkt in ons wanneer wij het meest tevreden zijn in Hem.


Het is een leven vanuit de houding: ‘Uw genade is mij genoeg!’ Een leven uit dankbaarheid. Een leven uit vertrouwen op Jezus. Hoe meer we als gemeente zo’n houding leren, hoe meer we de overvloed zien van wat God geeft. Want God doet met veel te weinig van ons méér dan genoeg.

[DIA 26]


Dat zie je in die twaalf manden met brood en vis die overblijven. Zoals de meesten weten: twaalf is een betekenisvol getal in de Bijbel. Het verwijst vaak naar de twaalf stammen van Israël, dat wil zeggen, het complete aantal van Israëlieten. De volheid van Gods volk dus. Maar hier in dit verhaal in het Lucasevangelie moet je aan iets anders denken. Israël had hier namelijk al gegeten. De 5000 mensen waren verzadigd, en alsnog waren er twaalf manden over.

[DIA 27 – #3. VERZADIGD?]


Herinner je waar dit wonder plaatsvindt: in Betsaïda, aan de rand van het toenmalige Romeinse rijk. Maar waarschijnlijk was dat ook de rand van het oorspronkelijke Israël. En daar, op die plaats, blijven twaalf manden met voedsel staan. Want de helft van Gods volk ontbreekt nog: de gelovigen uit de volken. Hier laat onze Heer zien hoe rijk Zijn genade is voor Zijn wereld! Waar Zijn volk Israël voldaan is, daar is nog voldoende om de rest van Zijn kinderen in de wereld te voeden!

[DIA 28]


Zo is dat wonder van de verzadiging van de 5000 mensen daar in Betsaïda een spiegel voor ons als gemeente van Jezus: Wat verwacht je van Gods gemeente? Je mag leren om onderdeel te zijn van de gemeente, als iemand die samenleeft met zijn of haar broers en zussen. Je mag je leven delen op de weg naar Gods Koninkrijk. In die gemeente doet God meer dan genoeg met iets wat in onze ogen soms veel te weinig lijkt.Het gaat er maar om dat wij Hem onze tijd en gaven geven. Dan worden wij verzadigd, en blijft er meer dan genoeg over voor de mensen die we nog mogen bereiken. Want dan is er liefde en vrede in overvloed!


AMEN

Deze preek in een dienst lezen?

Als je hieronder je contactgegevens invult dan stuur ik de presentatie, liturgie en preek met klikmomenten zo snel mogelijk op.

bottom of page