Efeziërs
Diversiteit was altijd al Gods plan
Efeziërs 3,18-19
Serie:
Eén veelkleurig geheel | Jaarthema '25-'26
Assen-Marsdijk
zondag 26 oktober 2025

De held heeft de slechterik eindelijk te pakken. Hij heeft hem in het nauw gedreven. De held zegt zelfverzekerd: ‘Nu heb ik je. Je kunt geen kant meer op.’ Of iets van gelijke strekking. De slechterik lijkt verslagen, maar dat duurt maar even. De slechterik blijkt een groots plan, een meesterplan, te hebben. De held is in de val gelopen, hij wordt verslagen.
Dat schema van een meesterplan vind je in best veel verhalen – films, series of boeken, dat maakt niet veel uit. Het is meestal een beetje het begin van een film of boek. Je hebt het in kinderfilms als Frozen en de Lion King, maar ook in ‘grote mensen’ films of in boeken kom je het tegen.
Het is één van de dingen die ik in films en boeken vaak compleet ongeloofwaardig vind, maar die me toch ook boeien: het meesterplan van de slechterik. Het compleet uitgedachte complot, dat – heel toevallig – precies zo loopt als de slechterik vooraf had gehoopt. Het is onwaarschijnlijk, en tegelijk trekt het je het verhaal in.
Maar meestal is het vooral ongeloofwaardig: de realiteit is weerbarstig, niet te plannen. We leven met de dag en maken plannen, maar God weet welke kant het op gaat, zoals ook in Spreuken staat (Spr. 16,9).
DIA 3
Wij mensen hebben het leven niet in de hand. Dat is in onze persoonlijke levens regelmatig een strijd. We willen graag dat het leven gaat zoals wij willen. Tegelijk is het op grote schaal misschien maar beter ook: ik wil me niet voorstellen hoe de wereld eruit zou zien als alle machthebbers in de wereld al hun plannen bereiken. Het is gelukkig menselijk gezien onmogelijk.
DIA 4 | ZWART
Hoe anders is het bij God! Want het is hoe Paulus hier Gods grote plan uitlegt. Dat is een Meesterlijk Plan, waarin God Zijn wil volledig waar laat worden. Hij wil de schepping, de mensheid – Hij wil jou en mij door dat plan redden! Het Oude Testament vertelt Gods weg met Israël. Het plan was altijd al dat de volken zich bij Israël zouden aansluiten. Alleen de joden hadden het idee dat de volken daarvoor joods moesten worden: zich moesten gaan houden aan alle 613 wetten. Zó wordt je joods en hoor je dus bij God.
Maar er zit voor de joden een enorme plottwist in het plan van God! Want niet de joodse wetten, maar Jezus Christus is bron van de eenheid met elkaar en met God! Die wijsheid doet Paulus in de eerste drie hoofdstukken van Efeziërs uit de doeken. Gods plan is niet gericht op eenheid door gelijkvormigheid via de wetten en regels. Gods plan is gericht op eenheid in veelkleurigheid. Diversiteit was altijd al Gods plan! Dat is ons thema.
DIA 5
DIVERSITEIT WAS ALTIJD AL GODS PLAN
Natuurlijk, Gods plan is gericht op de verheerlijking van Zijn naam en daarmee op onze redding (vgl. Ez. 36,22). Maar binnen dat plan is de veelkleurige diversiteit onder christenen geen ongewenste bijkomstigheid. Het was altijd al de bedoeling dat er een veelkleurig geheel zou zijn, uit alle stammen en volken en talen en culturen! Het is de bedoeling - een weerspiegeling van de hoogte, diepte, lengte en breedte van de volheid van God, van de rijkdom van Zijn persoon!
We staan stil bij vers 18 en 19:
DIA 6
Dan zult u met alle heiligen in staat zijn de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte te begrijpen, ja de liefde van Christus te kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u geheel vervuld zult raken van de volheid van God.
Efeziërs 3,18-19
Paulus heeft dat begrepen, of beter gezegd: de veelkleurige volheid van God heeft Paulus gegrepen. Hij wil dat wij allemaal die reikwijdte van Gods liefde leren begrijpen. Daarom buigt hij zijn knieën voor de Vader. Want daar begint het. Zo geeft Paulus ons een voorbeeld: zodat we met elkaar de knieën buigen.
DIA 7 | De knieën buigen
Misschien kniel je weleens tijdens het bidden. In de kerk doen we dat niet zo snel. Maar ik ga het nu niet uitgebreid hebben over verschillende lichamelijke uitingen. Het gaat me erom wat die knielende houding hier betekent. Misschien denk je: knielen is een houding om te bidden. Alleen het buigen van de knieën was in Paulus’ tijd geentypische gebedshouding. Waarschijnlijk werd er vooral staand gebeden (vgl. 1Tim. 2,8). Knielen is een teken van overgave en erkenning van je eigen nederigheid, kleinheid. Paulus die zijn knieën buigt voor God, dat is Paulus die zich ondergeschikt maakt aan God. Paulus buigt nederig zijn knieën voor Gods grote, wijze plan.
DIA 8 | ZWART
Paulus had als jood grote moeite gehad met de leer van Jezus Christus. Hij had de gemeente fanatiek vervolgd, het doden van christenen goedgekeurd. Maar God heeft hem omgekeerd en Hem laten zien: ‘Mijn plan is totaal anders dan jij denkt, Paulus! Alle volken, in hun diversiteit, horen daar bij, door Jezus Christus! Zo heeft God Paulus nederig gemaakt. In die nederigheid gaat Paulus zijn geloofsgenoten voor: Gods plan is niet gericht op eenheid door gelijkvormigheid. Gods plan is gericht op eenheid in veelkleurigheid. Daarin wordt de rijkdom van Gods persoon zichtbaar! De onmetelijkheid, de ongrijpbaarheid.
Daarvoor zijn we hier aan elkaar gegeven. Je wordt naar de dienst op zondag geroepen om hier als kind van God te erkennen: het gaat hier niet om mij! Het gaat hier om God. God roept je om heel je leven, heel je hart met alles wat erin leeft, bij Hem te brengen. Niet wat vond ik ervan vanmorgen? Maar: wat vond God ervan vanmorgen? Dat is een vraag die je allereerst aan je eigen hart voorlegt: heb ik mij klein gemaakt voor God, mijn knieën gebogen? Heb ik van mijzelf afgezien en heb ik mijn hart gebracht aan God, mijn hele leven – denken, voelen en doen? Dat is het eerste deel van het dubbelgebod:
DIA 9
Heb de HEER, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht.
Deuteronomium 6,5
(Vlg. Mt. 22,37; Mc. 12,30; Lc. 10,27)
DIA 10
Maar het tweede is daaraan gelijk: “… heb je naaste lief als jezelf …” (Lev. 19,18. Vgl. Mt. 22,39; Mc. 12,31; Lc. 10,27). Zie je, de kerkdienst is dé plek waar je dat oefent! In de kerk zitten is niet alleen een oefening in het dienen van God. Het is ook de plek waar je echte naastenliefde en verdraagzaamheid oéfent. In de liederen die de één mooi vindt en de ander niet. In de diep doorleefde uitingsvorm, waar een ander misschien het enthousiasme niet in ziet, of juist de eerbied in mist. In trouw in de kerkgang, in uitbundige handen die de lucht in gaan.
DIA 11 | Vijf geloofstalen
Een manier om daar evenwichtiger naar te kijken zijn deze vijf geloofstalen. Sommigen onderscheiden er zelfs zoveel als negen. Het gaat me niet zozeer om de hoeveelheid, maar dat we samen de diversiteit leren waarderen. Dat we niet de geloofstaal van het verstand méér maken dan die van de gemeenschap of de rituelen. Natuurlijk: wat we geloven moet kloppen met de Bijbel. En wat we geloven moet ook kloppen met wat we doen, de ervaring die dat oproept, met hoe we met elkaar omgaan, met de veelkleurigheid van God Zelf! Want juist in de diversiteit is iets van Gods grootheid, iets van Gods veelkleurigheid te zien. Sommigen zien dat makkelijker in de natuur dan in de gemeente. Maar kijk om je heen!
DIA 12 | Titeldia
Diversiteit was altijd al Gods plan. Diversiteit was er in de grote verschillen in de vroege kerk – gelovigen uit allerlei culturen, van allerlei achtergronden vonden elkaar in Christus. Maar ze hadden niet in elke vroege kerk een vaste, laat staan dezelfdeorde van dienst. De brieven van Paulus staan vol met adviezen over het omgaan met verschillen, juist omdat het zo’n uitdaging is. Maar al die verschillen tussen ons als gelovigen laten iets zien van de volheid, de rijkdom, de grootheid en luister van God! Het is juist dé uitdaging om daar met elkaar mee om te leren gaan. Het is de roeping van de kerk, midden in een gepolariseerde wereld.
Om samen met alle heiligen, al die verschillende gelovigen, onze knieën te buigen voor God. Om te erkennen: ik moet kleiner worden en Hij groter! Om de reikwijdte van God veelkleurigheid te leren waarderen, ook in de diversiteit tussen je broers en zussen in de gemeente. God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf – die twee zijn aan elkaar gelijk.
Diversiteit was altijd al Gods plan. Je ziet er in het Avondmaal iets van. De verscheidenheid tussen mensen die toch samen één zijn in het vertrouwen op Jezus Christus. Om van de verscheidenheid binnen Gods wereldwijde kerk nog maar te zwijgen. Daarin mag je iets ontdekken van de rijkdom, de reikwijdte van Gods grootheid, Zijn majesteit, Zijn luister. Niet zodat we Gods liefde gaan begrijpen. Maar zodat je vervuld wordt, compleet ondersteboven raakt van de liefde van Jezus Christus, die alle kennis te boven gaat.
AMEN
__________________
Gespreksvragen
Hoe ervaar jij de veelkleurigheid in de gemeente of in je eigen geloofsleven?
Welke van de vijf geloofstalen (Verstand, Gemeenschap, Rituelen, Ervaring, Praktijk) spreekt jou het meest aan? Kun een voorbeeld geven?
Paulus buigt zijn knieën uit nederigheid. Wat ‘je knieën buigen’ voor jou in je geloof – letterlijk of figuurlijk?
In hoeverre herken jij dat ‘eenheid door gelijkvormigheid’ soms de neiging is in de kerk? Wat zou kunnen helpen om juist ‘eenheid in veelkleurigheid’ in Jezus Christus te zoeken?
Wat vind jij moeilijker: God liefhebben boven alles (zie ook de vorige preek) of je naaste liefhebben als jezelf?
Stellingen
Echte eenheid in de kerk ontstaat pas als we de diversiteit van geloofstalen bewust omarmen.
Wie zijn knieën buigt voor God, leert vanzelf de voeten van de naaste te wassen. Dus als het laatste niet lukt, moet je nagaan of je het eerste wel voldoende doet.
Je hebt alle vijf de geloofstalen nodig om Gods liefde echt te kennen.
De kerk is niet de plek waar ik krijg wat ik mooi of prettig vind, maar waar ik leer lief te hebben wie God liefheeft.
Wie alleen mensen waardeert die geloven zoals hijzelf, heeft nog veel van de rijkdom van Gods liefde te ontdekken.

