Lucas
Blijven bidden
Lucas 11,10; 18,7
Serie:
Eén veelkleurig geheel | Jaarthema '25-'26
Assen-Marsdijk
zondag 25 januari 2026

Van alle onderdelen van het geloofsleven, word ik zelf het meest aangevochten op dat vlak: het gebed. Want wat heeft bidden voor zin? Vervult God mijn gebeden wel? Van gebedsverhoring heb ik ook voorbeelden – God zij dank! Alleen waarom zie ik het ook zo vaak niet? Ik verlang naar verhoring van mijn gebeden, direct en regelrecht van boven. Maar in mijn donkerste momenten voelt bidden als een kansloze exercitie: als ik mijn ogen open doe, wat is er dan veranderd? Sommigen zeggen zelfs: ‘God geneest altijd!’ – bid ik dan verkeerd, geloof ik niet genoeg?
Ongetwijfeld zitten daar herkenbare vragen tussen. Dat is denk ik ook het moeilijke aan bidden: het laat heel veel vragen bestaan. Juist in je gebed kunnen de geloofsvragen komen bovendrijven. Want juist in je gebed, in gesprek met God, ben je met heel je wezen – heel je ‘zijn’ – dicht bij Hem. Toch wil ik deze preek insteken op een ander niveau. Niet als een soort verhandeling waarin ik alle vragen over bidden ga proberen te beantwoorden. Dat is juist de worsteling met de vragen rondom bidden: die beantwoord je nooit sluitend… De vragen rondom bidden die ik benoem, blijven dus ook in deze preek veelal onbeantwoord…
Deze preek wil ik insteken in de breedte van wat bidden doet. Niet alleen ons vragen, maar de praktijk van het bidden: je ogen sluiten en met God in gesprek, met elke emotie, elke gedachte die dat oproept: blijdschap en verdriet, dankbaarheid en gemis, lofprijs en klacht – en alles daar tussenin.
Deze preek is begonnen als een zoektocht naar het Evangelie, naar het Goede Nieuws in het gebed: Waarin is Gods genade zichtbaar, merkbaar bij het bidden? Deze preek is geen poging om de vragen over het gebed te ontwijken. Juist een poging om het Goede Nieuws van Jezus Christus aan te wijzen. Hopelijk leer je zo zelf ‘vriendschap sluiten met je vragen.’
DIA 5
Het thema vanmorgen is
BLIJVEN BIDDEN
Als gemeente blijven we bidden. Dat doen we in de kerk, met en voor elkaar. Het is noodzakelijk om dat ook thuis te doen. Bidden moet een praktijk, een regelmatige gewoonte zijn. Geen lege gewoonte, zoals formuliergebeden die zonder geloof worden opgedreund. Maar een gewoonte die draait op door de Geest ingegeven geloofsvertrouwen. Gebed is de motor van het geloof, de geestelijke ademhaling van de gelovige.
Daarom blijven we bidden, in de kerk en thuis. Deze preek moedigt je aan om te volharden in gebed, tegen alle vragen en onvervulde gebeden in. Want volharding leidt tot betrouwbaarheid en betrouwbaarheid tot hoop (Rom. 5,4).
DIA 6
We staan stil bij #1. Vragen aan de Vader, #2. Aankloppen bij een Vriend en #3. Zoeken naar recht.
DIA 7 | #1
#1. Vragen aan de Vader
Als ouder krijg ik regelmatig vragen van mijn kinderen. ‘Wat is dat…?’ vraagt Jonathan vaak. De meiden vragen geregeld hoe iets werkt. Op heel veel vragen geef ik ze graag antwoord. Tegelijk: sommige vragen kan ik voor hen niet begrijpelijk beantwoorden. ‘Waarom wordt het in de winter koud…?’ Goed, met de juiste modellen zou dat misschien nog een beetje lukken dat uit te leggen. Maar het concept van hoe de seizoenen werken, weerkaatsing van zonnewarmte en de ozonlaag… dat is nog wat te hoog gegrepen. Ze mogen alles vragen, maar niet alles kan ik op hun kinderlijke niveau uitleggen…
DIA 8
Het is een toepasselijk beeld voor ons bidden. We stellen als kinderen vragen aan de Vader. Als kinderen van God de Vader zitten we ook vol vragen. Vragen over hoe het leven werkt, maar vooral ook vragen over lijden en pijn. Je mag alle vragen aan God stellen, alleen het antwoord staat je niet altijd aan. Je wilt dat het lijden weg blijft uit je leven. We verlangen naar een totale uitbanning van het kwaad, een herstel van elk gevolg van de zonde. Waarom duurt dat zó lang? Jezus zegt in Lucas 18 zelfs dat God zijn uitverkorenen spoedig recht zal verschaffen! Hoe kan dat nu?
DIA 9
Die vragen brengen aan het licht waar de geloofsworsteling, van de aanvechting op vast zit: ‘Is God Wie de Bijbel zegt dat Hij is?’ Dat is de vraag: ‘Is God echt Goed en Almachtig en op mensen betrokken? Is God wel betrouwbaar? Heeft God wel het goede met mij voor?
DIA 10 | ZWART
Daarom vervolgt Jezus met dat voorbeeld van menselijke ouders. Als zondige ouders al het goede met hun kinderen voor hebben, hoe veel meer dan God de Vader?! God is niet een afstandelijke tiran, geen onrechtvaardige rechter. Geen klokkenmaker die de schepping alleen met de natuurwetten in gang heeft gezet. Hij is de Goede Vader in de hemel die ons redt. Zó heeft Zijn eigen Zoon Hem bekend gemaakt! Hij is de Schepper die alles gemaakt heeft en vandaag nóg in stand houdt en regeert.
DIA 11 | #1
Bij bidden leggen we onze vragen voor aandie God, die onze Vader is. Met alle gedachten en gevoelens die daarbij opkomen. Niet met omhaal van woorden, of om indruk te maken. Nee, eerlijk en echt, met een open hart voor God. Zo blijven we bidden, ook als de antwoorden uitblijven. We blijven zo bidden omdat we weten: God is de Goede, Almachtige, Alwetende Vader. Hij heeft het beste met ons voor, Hij wil ons het goede geven. Dat is alleen – hoe zwaar ook – iets anders dan dat we altijd begrijpen wat Hij doet.
Maar juist daarom is het belangrijk dat we blijven bidden. Want wie blijft vragen ontvangt, zegt Jezus. Wat ontvang je dan? Dat zegt Jezus in vers 13: je ontvangt de heilige Geest, vervulling met Hem, geloofsvertrouwen dóór Hem. Soms ontvang je gebedsverhoring. God geneest nog altijd, antwoordt nog altijd. Alleen het is dwaalleer om te denken dat God altijdgeneest, als wij maar genoeg geloven. Tegelijk roept Jezus ons op om aanhoudend, volhardend te bidden. Dus niet één keer vragen en dan afwachten…
DIA 12 | #2
Blijven bidden is ook als het aankloppen bij een Vriend.
#2. Aankloppen bij een Vriend
Sommige christenen voelen wat schroom om zo over God te spreken: als vriend. Dat klopt voor ons gevoel niet lekker met het beeld van de Almachtige Schepper dat ik net schetste. Toch vertelt onze Here Jezus deze gelijkenis zo.
DIA 13 | ZWART
Want vaderschap en vriendschap zijn niet twee tegenovergestelden. Kijk, ik noem onze zoon weleens ‘vriend’, maar hij is natuurlijk mijn zoon en ik zijn vader. Maar als ik nadenk over mijn relatie met mijn eigen vader – die is gelukkig goed… Als ik nadenk over die relatie, dan zit daar óók vriendschap in. Sluit dat uit dat hij mijn vader is? Nee, natuurlijk niet. Maar het is in de relatie soms moeilijk te bepalen waar vaderschap eindigt en vriendschap begint (vgl. Wright, Lucas voor iedereen, 1:158-162).
Zo is bidden als het aankloppen bij een vriend, midden in de nacht.
Hij wordt half wakker… ‘Hoorde ik nu wat…?’
Voorzichtig tilt hij zijn hoofd wat op.
Hij wil de rest niet wakker maken.
Ze liggen samen in bed – zijn vrouw naast hem, de kinderen eromheen. Zo houden ze het lekker warm. Hij weet gelukkig zeker dat hij de deur heeft afgesloten met de sluitbalk.
Dan hoort hij het weer – een soort hard, hees gefluister: ‘Vriend! Ben je wakker? Ik ben het’
‘Ja, nu wel… Ben jij dat, Dawid?’ fluistert hij, ‘wat is er?’
‘Wil je me drie broden lenen? Ik heb een vriend op bezoek, maar al mijn eten is op…’
DIA 14
Kijk, het probleem van de vriend die wakker wordt gemaakt is goed te begrijpen. Ze sliepen samen op de grond, midden in de woning, die waarschijnlijk één grote kamer had. Als de vriend opstaat dan maakt hij waarschijnlijk iedereen wakker. En als de kinderen eenmaal slapen, dan wil je dat ze blijven slapen.
DIA 15
Maar het probleem van de vriend die om brood komt vragen is minstens even groot. De voorschriften over gastvrijheid waren strikt. Als je bezoek had, dan zorgde je goed voor ze. Eten hoorde daarbij. Het zou een grove schande zijn, het einde van de vriendschap misschien, als hij geen eten zou kunnen geven…
DIA 16 | #2
Bidden is als het aankloppen bij een Vriend. En dat is dan niet één keer een klopje op de deur. Wordt de vriend niet wakker, jammer dan… Nee, het is een aanhoudend, volhardend kloppen. Totaal ongegeneerd kloppen alsof je leven ervan afhangt. Blijven kloppen, blijven bidden, zo lang als het nodig is, zo lang als het kan. Zolang als het zin heeft. Want dan wordt er opengedaan, zegt Jezus. Wat gaat er dan open? Door de Geest soms je benarde situatie, waardoor er lucht, bevrijding of zelfs genezing komt. Door de Geest misschien de hemel, zodat je iets van Gods perspectief op jouw situatie ontvangt, Gods nabijheid ervaart.
DIA 17 |#3
Blijven bidden is ten slotte ook zoeken in gebed.
#3. Zoeken in gebed
Waar zoek je naar bij God in gebed? Wat wil je van God? Heel vaak is ons bidden een vragen aan God: Heer, zegen mijn plannen, vervul mijn wensen. Daar is niets mis mee. Onze Here Jezus leerde ons bidden om wat we nodig hebben.
Maar bidden is óók – niet alleen maar óók: je toevertrouwen aan de Almachtige, Goede Vader die Zijn plan overziet. Zie je, bidden is ook aan God vragen: Heer, help me om mij aan te sluiten bij Uw plannen!
DIA 18
Alleen die gelijkenis van de onrechtvaardige rechter zet de boel wel op scherp. Want de boodschap lijkt daar zomaar: als je lang genoeg en volhardend bidt, dan krijg je wel wat je vraagt. Maar dat zegt Jezus niet. Nee, hier gaat het om in de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter: de weduwe zoekt naar recht en aan de uitverkorenen zal recht worden gedaan.
DIA 19 | ZWART
Wat is ons recht? Eerlijk is eerlijk: we staan met lege handen voor God. We zondigen dagelijks. We missen ons doel waarvoor we gemaakt zijn. Want we hebben niet in alles het dienen van God voor ogen. We kiezen voor onszelf, met onszelf in het middelpunt en soms zelfs ten koste van anderen. We jagen zo vaak – ook in onze gebeden – onze eigen verlangens na (Jak. 4,3). Maar God wil niet zomaar alleen jou recht doen. Hij wil al Zijn uitverkorenen recht doen in Jezus Christus!
Het recht dat God ons wil doen is de mensenredden door het offer van Zijn Zoon (1Tim. 2,4). Daar zoeken we in ons gebed naar: Gods redding voor alle mensen. God overziet Zijn plan waarmee Hij daaraan werkt en wij niet. Het heeft te maken met ons menselijk perspectief. Wij zitten zomaar gevangen in onze eigen kleinmenselijkheid – je bent nu eenmaal mens en niet God: ‘Heer, geef mij wat ik denk dat ik nu nodig heb.’
Hier komt het er wel even op aan: het is heel goed om dat aan God te vragen! Zelfs onze Here Jezus vraagt wat Hij op dat moment in Getsemane nodig heeft:
DIA 20
…Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan! …
Maar Hij bidt daar ook:
… Maar laat het niet gebeuren zoals Ik het wil, maar zoals U het wilt
Matteüs 26,39
DIA 21 | #3
Zo zoeken we in gebed naar wat God wil geven dat goed voor óns samen is.
DIA 22 | TITELDIA
Daarom blijven we bidden – aanhoudend, volhardend.
Het vasten van David, de man naar Gods hart, is daarbij een aangrijpend voorbeeld. David die niets eet en op de kale grond slaapt. Het laat zijn verdriet zien, én zijn toewijding aan en vertrouwen op God. Zelfs als het tegen zijn verwachtingen in gaat, bidt David om de genezing van zijn kind. Hij blijft bidden omdat hij weet dat God te verbidden is. Tegelijk laat hij ook los, gaat hij verder als zijn kind overleden is. Zijn dienaren zien daarin een stuk ongevoeligheid. Misschien lees jij dat er in eerste instantie ook wel in. Maar vergis je niet: David is niet ongevoelig, maar ontzettend hoopvol: “Ik ga naar hem toe; hij komt niet terug bij mij…”
Laat dat perspectief je kracht geven om te blijven bidden, alleen, maar vooral ook samen. Neem het hart op de tong, en stort je vragen uit bij de Goede Vader. Hij is te vertrouwen. Blijf ongegeneerd bij Hem aankloppen als bij een Vriend. En zoek in je gebed telkens naar Hem, naar Zijn wil, Zijn plan, Zijn recht voor ons leven. Wees ervan overtuigt dat wie zo vraagt, klopt zeker Gods Geest ontvangt! En weet: Jezus komt spoedig: zo snel als dat de redding van de wereld het toelaat.
AMEN
____________________
Gespreksvragen
1. Op welke momenten bid je? Wat bid je dan meestal?
2. Hoe belangrijk is bidden voor jou?
3. Wanneer was bidden voor jou vanzelfsprekend?
4. Wanneer voelde bidden voor jou onmogelijk, of voelde je een soort ‘blokkade’ om te bidden?
5. In hoeverre worstel jij met gebed en de verhoring daarvan? Hoe verwoord je die worsteling in je gebed aan God?
Stellingen
Werkvorm (optioneel): Kies allemaal één stelling die je aanspreekt. Wat gebeurde er met je toen je die stelling las? Maak eerst samen een kort rondje met die vraag. Kies daarna een stelling om samen verder te bespreken.
1. Ik bid gemakkelijker voor anderen dan voor mezelf
2. Bidden verandert jezelf meer dan dat je God ‘verbidt’
3. Mijn gebed is veel te veel gericht op wat ik nodig heb
4. Ik ben bang dat helemaal eerlijk bidden mijn geloof juist zwakker maakt
5. Bidden doe je alleen voor de dingen die je zelf niet kan
6. God laat zich ook door mij verbidden
7. Sommige dingen bid ik bewust niet omdat ik bang ben voor teleurstelling
8. Als ik telkens hetzelfde aan God blijf vragen voel ik me als een zeurend kind
9. Ik vind het moeilijker als God ‘nee’ zegt op mijn gebed dan als Hij lijkt te zwijgen
10. Ik twijfel aan Gods betrokkenheid op mijn persoonlijke leven
11. Samen bidden heeft meer zin dan alleen
12. Bidden brengt je dicht bij God omdat het je ook (pijnlijk) dichtbij jezelf brengt
13. Ik vind het makkelijker om over bidden te praten dan met God te praten in gebed

