top of page

Lucas

Meewerken of afwachten

Lucas 19,11-28 | Hemelvaart | Fastfood of Feestmaal 6

Serie:

Fastfood of Feestmaal | Jaarthema '22-'23

Almkerk

donderdag 18 mei 2023

In het Nederlands Dagblad stond afgelopen week: veel Nederlandse jongeren hebben weinig toekomstdromen. Er heerst oorlog in de wereld. De klimaatverandering is onomkeerbaar. Of als de klimaatverandering nog te keren zou zijn, dan is er veel te weinig inspanning voor door onze overheid. De pensioenen staan nu al op de tocht; hoe is dat straks? En een huis kopen kun je als starter wel op je buik schrijven. Er zijn ellenlange wachtlijsten voor huurwoningen. Pas hoorde ik zelfs over een jongere die zijn baan halverwege het jaar had opgezegd. Zo kwam hij in aanmerking voor de sociale huur. Toekomstdromen: waar zou je over moeten dromen dan?

Als je jongere bent zal het misschien verschillen hoe jij dat ervaart: het perspectief voor de toekomst. De één zal er meer mee bezig zijn dan de ander. En meer nog: deze uitzichtloosheid beperkt zich heus niet tot jongeren. Het hangt maar net van je levenssituatie af. Maak je je zorgen om je pensioen? Maak je je zorgen om je kinderen, om de toekomst van de kerk, of om nog iets anders? Met welk toekomstperspectief leef jij? En hoe bepaalt dat je leven?

[DIA 2]


Daar hebben we het over op deze Hemelvaartsmorgen. Want Hemelvaart, dat heeft alles te maken met ons toekomstperspectief! In deze preek hoop ik je opnieuw onder ogen te brengen: Jezus’ hemelvaart geeft je leven perspectief. Het geeft je leven doel en richting! Na deze preek hoop ik dat je opnieuw aangespoord en bemoedigd bent om werk te maken van dat leven. Niet uit angst, maar vanuit vertrouwen op Jezus. Want Hij is die man van voorname afkomst uit de gelijkenis, die terugkeert als Koning.


In dit tijd leven we, tussen hemelvaart en wederkomst. Dat is ons thema. En de vraag is dan: Wat doe je in die tijd? Werk je mee of wacht je af?

[DIA 3]


TUSSEN HEMELVAART EN WEDERKOMST: MEEWERKEN OF AFWACHTEN?


Het is ongeveer de situatie met die tien knechten. Ja, het zijn er tien, ook al lezen we bij de terugkeer van de koning maar van drie.

[DIA 4]


Tien knechten krijgen alle tien één mine zilver – een krappe halve kilo ter waarde van omgerekend ongeveer €11.000 – honderd daglonen. Het is een bedrag waarmee je ook rustig zou kunnen vertrekken. Alleen het is inlegkunde om dat de zeven ongenoemde leerlingen in de schoenen te schuiven. Bij de terugkeer van de Koning beperkt Jezus zich tot een vertelling van drie dienaren. Het is een manier om de gelijkenis beknopt en overzichtelijk te vertellen.

[DIA 5 | ZWART]


We kijken naar die drie dienaren die de Koning bij zich roept. Hij was weggegaan om het koningschap in ontvangst te nemen. Voor ons klinkt dat misschien gek. Waar ging hij dan heen? Kon Hij niet op deze plek Koning worden? Maar destijds waren er verschillende lokale koningen die hun koningschap in Rome als het ware hadden opgehaald. Zo was bijvoorbeeld Herodes in 40 v.Chr. koning geworden nadat hij bij de keizer in Rome was geweest. Jezus sluit dus bij die bekende leefwereld aan. Daarmee vertelt Hij ons: ‘Ik ontvang het Koningschap van het hoogste gezag, van God zelf.’ En als hij terugkomt dan roept Hij zijn dienaren bij zich, ter verantwoording. Het precies wat Jezus zal doen wanneer Hij terugkomt. Hij zal ons bij zich roepen en ons ter verantwoording roepen (Rom. 14,12; 1Pt. 4,5).

[DIA 6]


Daar staan we bij stil tijdens het eerste punt van deze preek – Verantwoording. Verder hebben we het over de verantwoordelijkheid die God je geeft als gelovige in de wereld en Zijn gemeente. Tot slot zoomen we in op het vertrouwen tegenover angst, zoals dat in de drie dienaren tot uiting komt.

[DIA 7]


1. Verantwoording

Best kans dat je bij die verantwoording wat schrikt. Het kan beangstigend klinken: “Ieder van ons zal zich dus tegenover God moeten verantwoorden” (Rom. 14,12; vgl. 1Pt. 4,5). De Bijbel zegt dat op verschillende plekken. Dat je van die roep ter verantwoording schrikt, komt door de tijd waarin we leven. Want zonder God, tegenover wie zou je je dan moeten verantwoorden? Het gaat om dicht bij jezelf blijven, om trouw blijven aan jezelf. Dat is het hoogste ideaal. Ik bepaal zelf wat goed is en wat niet. En wat ik heb ontdekt over mezelf, na lang zelfonderzoek, daar mag niemand iets van vinden. Iedereen moet mij accepteren zoals ik mijzelf zie.

[DIA 8]


In dit trouw zijn aan jezelf zit een groot goed, maar ook een grote valkuil. Ja, trouw zijn aan jezelf is goed, als dat leidt tot integriteit en oprechtheid. Je hoeft jezelf niet te verstoppen, maar je mag jezelf laten zien aan de wereld zoals je bent. Maar dat betekent niet dat je je leven kunt leven volgens je eigen richtlijnen en ideeën. Dat is de valkuil, die je vandaag ziet. Ja, wees oprecht en integer. Ook naar en over jezelf. Maar bedenk ook: je bent verantwoording aan God schuldig. Hij zal daar om vragen!

[DIA 6 | DIA 7]


God geeft je het leven door Koning Jezus. Hij wijst je het leven, leert je het doel van het leven. Als Koning bepaalt Hij de wet. En Hij roept je ter verantwoording over je leven. Maar verantwoording schuldig zijn betekent ook dat je verantwoordelijkheidhebt gekregen. Dat begon al bij de schepping, bij Adam en Eva. Zij kregen de opdracht om de aarde te bevolken en haar onder hun gezag te brengen. Dat is de scheppingsopdracht. Maar Jezus geeft ons in Zijn Koninkrijk op aarde ook verantwoordelijkheid. Hij geeft je allerlei gaven en zegt, als het ware: “Ga daarmee handeldrijven terwijl ik weg ben” (Luc. 19,13b).

[DIA 10]


2. Verantwoordelijkheid

Deze gelijkenis – we noemen hem vaak de gelijkenis van de talenten… Deze gelijkenis wordt vaak betrokken op de talenten die je van God hebt gekregen: wat doe je ermee? Of het wordt betrokken op je materiële middelen: je geld en je bezit. Maar dat is allemaal wat beperkt. Jezus vertelt deze gelijkenis in het kader van het Koninkrijk van God. En in dat Koninkrijk krijg je als gelovige gaven van God. In ieder geval worden dus de genadegaven van de Geest hier bedoeld.

[DIA 11 | ZWART]


Alleen… de nadruk ligt in deze gelijkenis niet op de exacte betekenis van de gaven, maar wat je ermee voor God doet? Als kind van God, burger van het Koninkrijk van God leef je heel je leven voor God.

[DIA 12]


Het is zoals Romeinen 12 vers 1 zegt: 


Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen. Dat is de ware eredienst die van u wordt gevraagd.

Romeinen 12,1 | NBV21


Dus: stel je leven in dienst van God. De vraag is dan: hoe zet jij je gaven in de gemeente in? Waartoe roept God je, in Zijn gemeente en in de wereld om je heen?

[DIA 13 | ZWART]


Denken we in de gemeente trouwens wel in gaven en roeping? Want eerlijk is eerlijk: we zien de gemeente snel als een plek waar verschillende taken moeten worden gedaan. Zo is onze gemeente ook grotendeels georganiseerd. Maar Jezus daagt je hier uit om de rollen wat om te draaien. Jij hebt van God geestelijke gaven, talenten, bezit, tijd en zo meer, in beheer gekregen. Jij hebt daar verantwoordelijkheid over gekregen. De vraag is: wat doe jij voor God met wat Hij jou in beheer heeft gegeven? Zijn er geen taken voor in de gemeente? Misschien mag je dan wel iets beginnen – God heeft jou je gaven in deze gemeente niet voor niks gegeven!


Denk aan de Koning uit deze gelijkenis die zijn dienaren bij Zich roept. Daar wordt het verschil tussen die goede dienaren en die slechte dienaar zichtbaar. De goede dienaren gaan aan de slag. De Meester vertrouwde hen dit toe en ze geven gehoor aan die verantwoordelijkheid. Ze geven gehoor aan de opdracht waartoe de Meester hen heeft geroepen. Maar de slechte dienaar negeert de opdracht uit vers 13: ‘Ga daarmee handeldrijven.’ Hij heeft geen respect voor zijn Meester. Hij verzint een smoes, beschuldigt zijn Meester ervan oneerlijk te zijn en stopt de Mine in een doek.

[DIA 14 | ZWEETDOEK/ZAKDOEK]


Bijzonder daarbij is: een doek die werd gebruikt om het zweet af te vegen. Een soort zweetband dus. Alsof er een verborgen boodschap in zit: deze dienaar is liever lui dan moe. Zo zegt Jezus dus door deze gelijkenis tegen ons:

[DIA 15]


Maak je er niet gemakkelijk van af, met een smoes om je geweten te sussen. ‘Ik kan voor God toch niets goed doen?!’ ‘Als God me heeft uitgekozen maakt het niet uit wat ik doe.’ ‘God heeft mijn werk toch niet nodig?’ Nee, Hij heeft het niet nodig, maar Hij heeft je er wel voor geroepen! Geroepen om je hele leven aan Hem te geven.


Dan komt het aan op vertrouwen.

[DIA 16]


3. Vertrouwen vs. angst

Dat is de basis van het handelen van de drie dienaars. De twee goede dienaars gaan aan de slag. Je leest bij hen niet over angst voor hun Meester. Nee, ze drijven handel en kunnen bij de terugkeer van hun Meester met een gerust hart de opbrengst laten zien.

[DIA 17]


Misschien beangstigt dat je. Want je kunt je afvragen: ‘Wat is de opbrengst van mijn leven voor God? Zet ik mijn gaven en talenten en alles wat ik heb wel voldoende voor God in? Kan ik… moetik niet meer doen?’ Laat me je ervan verzekeren: dat zijn vragen die goede dienaren zich kunnen stellen. Maar een slechte dienaar van God vraagt zich dat nooit af. Een slechte dienaar sust zijn geweten: ‘Het is wel goed zo. Het zal mijn tijd wel duren. God vergeeft toch, dan maakt een zonde meer of minder niet uit.’

[DIA 18]


Nee, de goede dienaars handelen uit vertrouwen op hun Meester. Ze weten: ‘Zelfs wanneer ik verlies draai, dan weet ik dat mijn Meester het goede met mij voor heeft.’ Goede dienaars kennen hun Meester, maar slechte dienaars wantrouwen Hem. Zo ook die slechte dienaar hier. Hij is bang voor zijn Meester, omdat hij Hem niet kent: “Heer, hier is uw mine, die ik in een doek voor u heb bewaard. Ik was bang voor u, omdat u een streng man bent die terugvordert wat hij niet heeft gestort en oogst wat hij niet heeft gezaaid” (Luc. 19,20-21).

[DIA 19 | ZWART]


Opvallend is dat de Meester de beschuldiging niet tegenspreekt. Is het dan automatisch waar? Nee, dat dus niet. Maar de Meester zegt als het ware: ‘Je zult wéten waarvan je mij beschuldigt!’ Zo blijkt: Wie Gods goedheid niet vertrouwt – al zit je in de kerk… Wie Gods goedheid niet vertrouwt heeft geen relatie met God. En wie geen relatie met God heeft die staat uiteindelijk met lege handen: zelfs wat je hebt wordt je afgenomen.

[DIA 20]


Maar wie zijn leven inzet voor God, wie Hem wil dienen en vertrouwt dat Hij goed is en goed doet, die komt niet bedrogen uit (Rom. 10,11)! Bijzonder hoe dat tussen de regels door klinkt in deze gelijkenis. Want in onze wereld, als je tien mensen op pad stuurt om €10.000 te beleggen… dikke kans dat er een paar het schip in gaan en blut terugkomen. Maar bij God niet. Wie leeft voor God en zijn of haar leven aan Hem geeft, die draait nooit ‘geestelijk verlies’. Daarvoor is het dan wel nodig dat je echt Hem volgt, en niet je eigen inzichten en overtuigingen. Nee, we leven niet voor onze eigen richtlijnen en ideeën, maar voor God!

[DIA 21 | SAMENVATTING]


Ja, God zal ons ter verantwoording roepen. En hij vraagt: wat heb je gedaan met wat ik jou heb toevertrouwd? Heb je het ingezet voor Mijn Koninkrijk? Dus stel jezelf de vraag: ‘Wat heeft God mij toevertrouwd?’ Of begin tijdens de koffie met de vraag: ‘Waar ben jij nu echt goed in? Wat zijn jouw gaven?’ Bemoedig elkaar en moedig elkaar aan om die in te zetten! Niet uit angst – Gods volmaakte liefde mag onze angst uitsluiten, uitdrijven (vgl. 1Jh. 4,18). Nee, leef vanuit vertrouwen op de goedheid van God! Hij die jou gaven geeft, zorgt zelf voor de winst. Want wie in volle overgave voor God leeft, die draait nooit geestelijk verlies.


AMEN

Deze preek in een dienst lezen?

Als je hieronder je contactgegevens invult dan stuur ik de presentatie, liturgie en preek met klikmomenten zo snel mogelijk op.

bottom of page